Vogels in de tuin top 20 BoomkruiperDe boomkruiper is erg schuw en bescheiden. Met zijn bruingevlekte veren valt hij nauwelijks op als hij langs een stam omhoog hipt. Hij zoekt dan met zijn lange snavel naar insecten in de bast van de boom. Is hij boven aangekomen, dan vliegt hij naar de voet van een volgende boom en gaat daar weer omhoog. De boomkruiper vindt het fijn als de tuin een beetje rommelig is. Dan kan hij zich goed verschuilen
Ekster
Goudvink Groenling Grote Bonte specht Heggenmus Houtduif Huismus Kauw Koolmees Merel Pimpelmees Roodborst Spreeuw Staartmees Turkse Tortel Vink Winterkoning Zanglijster
2011 is een goed appeljaar2011 is een goed appeljaar Zouden er ook kinderen zijn die appels niet lekker vinden? Volgens mij houdt bijna iedereen van appels. En als iemand ze niet lust, smullen ze wel weer van appeltaart of appelmoes. Appels zijn gezond. In Engeland zeggen ze: “an apple a day keeps the doctor away”. Daarmee wordt bedoeld: eet elke dag een appel en je hebt geen dokter nodig. Appelsap en appelstroop worden van appels gemaakt. Er zijn veel verschillende appelrassen. Een paar bekende soorten zijn Elstar, Goudreinet, Cox, Granny Smith en Jonagold. De Goudreinet smaakt goed in de appeltaart en appelmoes. Het is een wat zure appel. De Elstar en de Jonagold zijn lekker om mee naar school te nemen en in de pauze op te eten.
Herfstlied |
||||
| maandag, 20 februari 2012 Voorjaarsvakantie |
| dinsdag, 28 februari 2012 bezoek Anne Frankhuis schoolverlaters Zeewolde |
| vrijdag, 02 maart 2012 schoolverlaters krijgen de schooladviezen mee naar huis (Zeewolde) |
| maandag, 05 maart 2012 schoolverlatersgesprekken Zeewolde |
| maandag, 19 maart 2012 actieweek Zeewolde werelddorp |
| Groen 4 heeft tijdens de taalles 'Elfjes' geschreven. Een elfje is een gedicht(je) van elf woorden, verdeeld over 5 regels. De eerste regel heeft één woord, de tweede twee enz. De vijfde regel heeft weer een woord en bevat een samenvatting van het geheel. Een elfje is dus een woordentellend vers. Als u op de klassenpagina van groen 4 kijkt, ziet u zelfs een 'Elfje' dat door meester Bert gemaakt is! |

Eksters zijn de hangjongeren van de vogelwereld. Ze maken een hoop herrie en zijn overal voor in. Ze zijn enorm nieuwsgierig en eten alles wat ze kunnen krijgen, of het nou patat is of jonge zangvogeltjes. Daardoor heeft deze zwart-witte vogel met zijn lange staart niet zo’n goede reputatie. Toch zijn het zeer intelligente vogels. Bijna overal kunnen ze zich handhaven. Hun favoriete woonplaats is in hoge bomen.
De gaai is van oorsprong een schuwe bosbewoner. Tegenwoordig voelt hij zich ook in stadse tuinen thuis. Eikels vormen het hoofdmenu van de vroege herfst tot laat in het voorjaar. Daarnaast eten gaaien zaden, fruit en insecten (vooral rupsen en kevers). In de broedtijd roven ze soms een ei of jonge vogel. Gaaien komen wel af op voedertafels en zelfs pindanetjes. Vooral ’s ochtends vroeg, als iedereen nog slaapt!
De goudvink wil graag een grote dichtbegroeide (bessen) tuin. Hij leeft namelijk het liefst in een gemengd bos (naaldbomen en loofbomen) waar veel struiken onder de bomen staan. Soms laat hij zich ook bij een voedertafel zien. Dat is dan vooral in de winter. Ondanks de prachtige roze-rode borst van het mannetje valt hij zo niet snel op, omdat hij niet erg beweeglijk is.
De veren van de groenling hebben alle schakeringen van groen en geel. Hij leeft het liefst in de omgeving van stekelige planten en dichte struiken. Je kunt hem bijvoorbeeld in een conifeer aantreffen. Wil je de groenling trakteren, zorg dan voor zonnebloempitten. Met zijn stevige snavel ‘trilt’ hij de zaden heel handig los uit het omhulsel.
Spechten zijn natuurlijk met name beroemd om hun drum-solo’s. Als ze met hun snavel een gat voor een nest uithakken in een boom, weerklinkt dat in de wijde omtrek. Ook hun ‘lachende’ roep is beroemd, mede dankzij de tekenfilmfiguur Woody Woodpecker. Hoewel spechten echte bosbewoners zijn, kun je deze eigenwijze zwart-wit-rode vogel ook op de vetbollen in de tuin aantreffen.
Een beetje verlegen is de heggemmus wel. Hij scharrelt meestal op de grond onder de voedertafel. Met zijn grijs-bruine uiterlijk valt hij niet bijzonder op. Toch is het een pittig vogeltje. Hij kan prachtig en helder zingen, en hij is bovendien een vurige minnaar. De heggemus stelt bescheiden eisen aan de tuin. Een border met vaste planten en een dichte heg zijn voldoende.
De houtduif is een echte zaadeter. Overal kan hij aan de kost komen, en hij eet het liefste van de grond. Omdat hij zo lekker stevig gespierd is, zijn roofvogels dol op houtduiven. Maar al die spieren zijn juist bedoeld... om te ontsnappen aan roofvogels. Houtduiven zijn erg rommelige bouwers. Met losse takken maken ze een nest in een hoge boom.
De huismus is een echte mensenvriend. Hij leeft overal waar mensen wat eetbaars knoeien. Ze eten ook gerust van je bord. Hun aantal neemt af, waarschijnlijk omdat de plekken waar ze graag nestelen door de mens worden opgeruimd. Scheve dakpannen en kieren en gaten in gebouwen zijn er steeds minder. Je kunt ze helpen met een mussenpot of –dakpan.
Je hangt een vetbol op, en meteen zit er een grote zwarte vogel op. Tien tegen één dat het een kauw is. Als u ze probeert te weren, blijkt hoe slim ze zijn in het bemachtigen van eten dat niet voor ze bedoeld is. Ook het voer van hond, kat, paard en konijn vinden ze lekker. Kauwen zijn erg sociaal en intelligent. Ze nestelen in groepen bijelkaar in hoge bomen.
De koolmees, met zijn opvallende gele borst-met-blauwe-stropdas, is een stamgast in bijna elke tuin. Hij is dol op vetbollen en pinda’s. Een paar beschutte plekken om te eten en wat voedsel, dat is al genoeg om een koolmees in je tuin te zien. Met een nestkast doe je deze kleine druktemaker ook veel plezier
De merel houdt van het gazon. Daar vindt hij zijn favoriete maaltijd: regenwurmen. Maar ook fruit en bessen staan op het menu van deze zwarte vogel en zijn bruine echtgenote. Hij bouwt zijn nest soms dicht bij een huis, zodat je in het broedseizoen steeds activiteit in de tuin ziet. De jonge merels lijken erg onhandig, maar hun capriolen zijn meestal gewoon vliegoefeningen. Houd dan de kat even binnen.
De pimpelmees lijkt op de koolmees. Maar als je ze samen bij een voedertafel ziet, is het verschil goed te zien. De pimpelmees is iets kleiner en hij heeft een blauw kopje. Maar in leefgewoonten en gedrag zijn er veel overeenkomsten tussen deze vogeltjes. Ook de pimpelmees hangt als een acrobaatje aan de vetbollen en pindakorfjes in uw tuin.
Een opvallende verschijning, dit eigenwijze vogeltje met zijn rode borstveren. In veel tuinen komt hij met zijn donkere kraaloogjes kijken of er iets voor hem te halen valt. Soortgenoten jaagt hij zonder pardon weg. Hij verstopt zijn nest goed, en voelt zich thuis in veel tuinen.
Als je in de schemering een grote wolk vogels ziet, zijn dat vaak spreeuwen die zich opmaken voor de nacht. Individueel vallen de vogels niet zo op: ze zijn donker gekleurd, iets kleiner dan een merel, en ze hebben een witgespikkelde borst. De spreeuw zoekt zijn eten op gazons, akkers en weilanden. Hij broedt het liefst in een holte in een boom, in kieren of spleten van gebouwen, of in een nestkast.
Een staartmees is nooit alleen. Altijd dartelen er een stuk of zes in elkaars nabijheid, roepend naar elkaar. Deze sociale diertjes zien er heel schattig uit: een bolletje ter grootte van een ping-pong bal, met een lange staart. Ze vinden het prettig als een tuin flink wat stekelige struiken heeft waarin ze beschutting vinden. Als je vetbollen ophangt komen ze er graag de zaadjes uitpeuteren.
De Turkse Tortel is een bescheiden en vriendelijke vogel. Hij kan zich bijna overal handhaven, en hij stelt geen hoge eisen aan een plek voor zijn nest. Met zijn zachte gekoer, zijn donkere ogen en zijn grappige ‘halsband’ is het een graag geziene gast. Ze eten graag voer van een voedertafel of van de grond
De vink is eigenlijk overal te vinden waar bomen zijn. Hij nestelt in hagen en houtwallen, maar ook in tuinen en parken. Met zijn parmantige witte streep is hij goed te herkennen. De vink scharrelt zijn maaltijd het liefst op de grond bijelkaar. Maar hij wil daarbij wel in de buurt van begroeiing blijven.
De winterkoning is de kleinste gast uit deze Tuinvogel Top-20. Het is een pittig bruinachtig vogeltje met een grappig rechtopstaand staartje. En een energie dat erin zit! Razendsnel schiet hij van de ene struik naar de andere, op zoek naar kleine insecten. In de winter is hij blij als je wat zaad onder de struiken strooit, want bij de voedertafel komt hij niet graag. Hij kan behoorlijk hard zingen. 

